zaterdag 6 juni 2015

Vanavond een kortje

Ik had ineens redelijk wat inspiratie, wat begeestering om verder te werken aan dat grote project dat De Vijfde Tuin heet. Er is voetbal op tv, dus ik dacht: ik besteed mijn tijd nuttig; ik wil hoe dan ook dit werk af hebben voor de herfst (ik dacht eerst eind deze maand, maar dat is toch wel iets te optimistisch).

En dan blijkt dat mijn handen niet meer mee willen.
Die vingers, die gewrichten, die pezen… alles werkt tegen. Het loopt tot mijn ellebogen. Ik heb dat wel vaker, zeker de laatste paar jaar, maar dan wel in de winter.
Nu dus ook duidelijk na overbelasting, iets wat ik doorgaans neig te minimaliseren (als in: ik vind dat ik dat toch nog moet kunnen, allemaal tegelijk).
Maar helaas, schrijven en onkruid wieden, en al die andere fijn-motorische aangelegenheden zoals wasgoed ophangen (fibro-reuma: geen fan van wasknijpers), knutselwerk samen met zoon (de stegosaurus zit intussen in fase 4), aardappels en appels schillen (o, gruwel) - het gaat allemaal niet goed samen. Met andere woorden, er moet meer tijd tussen elk van deze acties zitten. Liefst voor mijn polsen ook weer alle twee rijp zijn voor het schroot.

Over een maand mag ik wel naar de polsschool. Kinesitherapie en ergotherapie, speciaal voor mijn handen/polsen. In de hoop dat het helpt. In strikte zin zou ik niet eens zoveel last mogen hebben van die polsen, of van die vingers. Nah... 

Voorlopig hou ik het schrijven dan toch maar voor gezien. Jammer. Mijn hoofdpersonage stond net op het punt een zeer pittige confrontatie aan te gaan… Als je de Zielenvanger recht in de ogen moet kijken, dan kan je het echt wel pittig noemen, vind ik. 




donderdag 28 mei 2015

Soggen - argh!

Al enkele dagen zit ik vol ideeën en ook goesting om te schrijven. Alleen vind ik het zo bizar dat het me zoveel moeite lijkt te kosten om er echt voor te gaan zitten, en daar heb ik al enkele maanden last van. Steeds lijk ik iets anders te moeten/willen doen, huishouden, opruimen, aanmodderen in de tuin… terwijl mijn drang om (eindelijk) een van mijn vele projecten rond te krijgen, toch zo groot is.


Waar komt dat soggen toch vandaan?
Ik ging even op zoek via Google, en kwam terecht op de website Letterstroom

Ik zat even verbaasd te kijken naar wat er op het scherm verscheen:
"Het is een ernstige aandoening.
Zo ernstig dat er zelfs een werkwoord voor is.
Soggen.
Dit betekent dat je schrijfontwijkend gedrag vertoont.
Soggen klinkt best vriendelijk en vrolijk, maar het is gewoon naar uitstelgedrag."

Oké. Dan heb ik nu dus een aandoening? En kan daar ook iets aan gedaan worden?
 Ik scroll verder.

"Op welk moment in het schrijfproces voel je de behoefte om hard weg te rennen? En waar ligt dat dan aan?
Er zijn verschillende mogelijkheden.
Je vindt de scène lastig (bijvoorbeeld een actiescène of het beschrijven van emoties).
Je hebt geen idee hoe het verhaal verder zou kunnen gaan.
Je personage staat je tegen.
Je twijfelt of je verhaal wel goed genoeg is.
Je twijfelt aan jezelf.
Je hebt geen doorzettingsvermogen.
Er zitten je andere zaken dwars."

Hier ga ik even voor zitten.
Een lastige scène is het zeker niet. Toch niet voor het verhaal waarmee ik nu zo druk ben in mijn hoofd. Ik weet ook hoe het verder moet lopen, heb zelfs recent nog een oplossing bedacht voor een prangend probleem. Mijn personages staan me ook hoegenaamd niet tegen. 
Geen doorzettingsvermogen? Nah, ik geef niet zo snel op, hoor. Ik vind mezelf juist redelijk volhardend.
Andere zaken, ja, er zijn altijd andere zaken die in mijn hoofd stuiteren, maar dat heb je gewoon als je een hypotheek hebt, en een ondernemende vijfjarige, en een drukke echtgenoot, en zes katten waarvan er steeds minstens eentje met zijn gezondheid sukkelt, en een tuin waarin zich de laatste tijd het ene drama na het andere afspeelt… Niets nieuws onder de zon, dus. "Andere zaken" zijn hier eerder regel dan uitzondering.

Ah, dit komt misschien dichter in de buurt: twijfel. Ik weet dat ik voor dit specifieke project de lat zeer hoog ligt. Niet alleen door mezelf zo gelegd, maar door de uitspraak van een uitgever, die het aldus verwoordde: "Als je dit goed weet uit te werken, dan heb je echt je magnus opus rond."
Maar daarbij dient gezegd: dat is een druk die alleen voor dit manuscript geldt. Voor die andere vier, vijf projecten moet het dan toch iets anders zijn. Hoewel ik altijd twijfel of ik wel een goed verhaal heb, of het goed ontvangen gaat worden, of ik niet beter... Afijn. Je weet wel. Dat is iets wat inherent is aan schrijvers, vermoed ik, want zowat elke schrijver die ik persoonlijk ken, kent dat gevoel van zinderende onzekerheid als het om zijn/haar creatieve hersenspinsels gaat.

Hm.  
Ik vraag me toch ook af of het, naast de twijfel, niet iets van doen kan hebben met een teveel aan projecten. Ik heb er zoveel die ik ooit begon, maar waar ik door uiteenlopende omstandigheden niet meer aan toekwam om ze af te werken. Geen inspiratie, geen fut, geen geloof, soms zelfs gewoon te 'dichtbij'. 
En dan gecombineerd met al de rest creëert dat ongetwijfeld een vulkaan van sog-gedrag. Die gaat ooit wel eens ontploffen. Een sog-explosie. Hoe zou dat eruitzien? Ineens niet meer in staat zijn tot uitstellen? Wat als dat een zwart gat tot gevolg heeft, en dan... o nee... *argh*

Oké. Sog-explosies, daar doe ik dus niet aan mee. 
Voor hetzelfde geld is dit gewoon een bijzonder doornige roos in mijn rozentuin, waarvan de bloem zelf - het voltooien van het manuscript - oneindig ver weg lijkt? Het is dat de blog van Rik Raven in mijn gedachten blijft spelen, over het leven en rozen, en dat niet alles een doornloos pad is. 

Misschien moet ik maar gewoon verdergaan met schrijven aan De Vijfde Tuin. In plaats van mijn hoofd te breken over iets waar ik ongetwijfeld nooit een duidelijk antwoord op vind. Ook piekeren is uiteindelijk een subtiele vorm van soggen.

Hup, butt in chair en schrijven!


Drama in de tuin - deel 2

De drama's blijven zich voltrekken. Na de ontdekking van drie dode koolmeeskuikens bleken we met twee verstoorde merelnesten te zitten. Wie of wat verantwoordelijk is, blijft een mysterie, al hebben we natuurlijk zo onze vermoedens.

Het ene nest was al verlaten, de twee eitjes die er nog in lagen, waren al koud. Een derde bleek tussen de takken van de struik te zitten, eigeel lekkend.
Enkele dagen later vond ik tot mijn grote schok twee ongeboren merelkuikens op het gras! Omringd door hun eierschalen, en op een meter van elkaar. Het kon niet anders of deze kwamen uit het nest in onze klimophaag, die onze tuin van de directe buren scheidt. In mijn impulsiviteit ging ik dat gelijk checken, waardoor ik mama merel heftig deed schrikken - ze zat nog op haar nest, waar slechts 1 eitje meer inzat. Het duurde echter heel lang voor zij terugkeerde, en een dag later kwam ze helemaal niet meer.

We hebben ons suf gepiekerd over wat het is dat deze nesten zo brutaal geplunderd heeft. Onze eerste gedachte: ratten. Die hebben we hier, in het half-rurale gebied waar we wonen, sowieso. Maar zouden die dan niet opeten wat ze roven? Laatst was hier ook een Vlaamse gaai die onder veel gekrijt van zowel mussen als merels weggejaagd is, en later ook nog eens door een kauw verdreven werd uit de boom waar hij zijn toevlucht had gezocht. Maar gaaien gaan toch niet in de (ochtend)schemering op jacht?  Natuurlijk kan het ook een doodgewone kat zijn, maar veel komen die niet meer in onze tuin en onze eigen katten hebben al huisarrest sinds het broedseizoen begon...

Hoe dan ook, de merel is verkast naar de buren - vermoedelijk. Sinds gisteren is daar een bouwproject aan de gang in het enige kleine boompje dat ze in de tuin hebben staan.

En in onze tuin is het een samenkomen van spreeuwenkuikens, mussenkuikens en merelkuikens - terwijl de koolmeesouders nog altijd aan het voeren zijn, en ik maar zit te wachten tot die kuikens daar eindelijk eens tevoorschijn willen komen. Het blijft altijd spannend, zo'n tuin.

maandag 18 mei 2015

Drama in de tuin

Gisteren, zondagochtend was ik de vogels aan het bijvoeren, met speciaal voer dat hen moet aansterken tijdens het drukke broedseizoen, toen ik iets vreemds tussen de ijsbloemen zag liggen: twee fragiele pootjes, met gele veertjes en een vleugeltje er nog aan. Koolmeeskuiken. En het had zijn eerste nacht (of vroege ochtend) niet gered. Wist ik veel dat dat de voorbode zou worden voor een groter drama later op de dag.

We vermoedden al een paar dagen dat de koolmeesjes van het eerste nest, links achter, bij de jasmijn, binnen zeer korte tijd uit zouden vliegen. Hoewel het piepen al een vijf-, zestal dagen wat geluwd was, zagen we vandaag een kuiken in de vliegopening verschijnen (foto). Blij als kinderen geloofden we dat vandaag de grote dag was. 

De overlever
Foto: thirza-meta
Toen we later op de dag fel getetter hoorden van koolmezen, en er niets meer gebeurde bij de nestkast, ging ik kijken in de richting van het kabaal. Daar vloog een klein koolmeeskuiken uit de geitenbaarden tevoorschijn, fladderfladder, op amper twintig centimeter hoogte, recht de adderwortel bij het moeras in. Ik snel terug naar binnen, "niet mee moeien", roepend. 
Tot man zei: "Er zitten veel vliegen bij de nestkast. Ze kruipen er zelfs in... Misschien moet je toch maar eens gaan kijken."

Bleek dat er drie dode koolmeeskuikens in het nest lagen - stinkend en onder de vliegen, en dus overduidelijk al een tijdje dood. Ik was er het hart van in. Man en kind begroeven het nest met de drie kuikens bij de sneeuwbal tegen de haagbeuk, een beetje plechtig, terwijl ik intussen de nestkast met heet water uitwaste. We vermoeden dat het te maken had met het feit dat er maar één ouder koolmees was. Om dan voor vier kinders te moeten zorgen, is natuurlijk wel een zware taak.


We hopen nu dat het tweede nestje, in de nestkast onder het afdak van het tuinhuis, wel goed uitvliegt - maar ook daar hebben we al een hard hoofd in. Hoewel daar beide ouders nog actief zijn, lijken ze steeds verder te moeten gaan zoeken naar eten. Ze blijven vaak tussen de vijf en de tien minuten weg, wat behoorlijk lang is, en soms is het zelfs langer. Het is afwachten. 

zondag 10 mei 2015

Blij zijn met wat je hebt

Het is niet zo vanzelfsprekend deze dagen om stil te staan bij wat er is, bij wat je hebt, en daar dan ook tevreden mee te zijn. Op een of andere manier, om een of andere reden zijn we altijd op zoek naar meer, naar beter, naar hoger, dieper, verder. Maar of we daar gelukkiger door zijn of worden?

Er is uiteraard al veel onderzoek verricht naar geluk en wat we kunnen doen om die staat te bereiken. Leo Bormans schreef er een interessant boek over "Geluk, The World Book of Happiness", dat ik zelf ook las, en waaruit ik enerzijds onthou dat we inderdaad gelukkiger zijn in samenlevingen waarin tijd en aandacht aan elkaar wordt geschonken en anderzijds dat we ook voldoende stil moeten staan bij wat er is, en niet bij wat een ander is of heeft. Soms zijn het zulke kleine dingen, die een wereld van verschil kunnen maken - een kaartje sturen, een berichtje, om te laten weten dat je aan iemand denkt, bijvoorbeeld - en dan niet alleen voor jezelf, maar ook voor die ander. Of schenkingen aan een goed doel, die jou zelf een goed gevoel geven, want je draagt iets bij aan een grootse zaak - groots in omvang, groots in wereldbehoud.

Ik had er nooit eerder zo over nagedacht, maar inderdaad: dat ik maandelijkse bijdragen lever aan verschillende projecten van Natuurpunt, jaarlijkse schenkingen doe aan het Rode Kruis, maar ook aan lokale verenigingen zoals de KSJ, de voetbalbond en de turnkring, geven inderdaad het gevoel dat ik enerzijds iets goed doe, maar ook dat ik betrokken ben. En dat maakt dat ik me best een goed mens voel, tevreden met wat ik doe maar ook met wie ik ben.
En toch kruipt er dan weer twijfel in: doe ik wel genoeg, ben ik wel genoeg, héb ik wel genoeg?
Ongemerkt blijk ik mezelf weer te vergelijken - met werkende mama's, want ik kan niet meer werken, met gezonde sportieve mama's, want ik kan niet meer sporten, met sterke onafhankelijke vrouwen, want ik zie mezelf al lang niet meer zo.

Hm.
Ik leun achterover, starend naar wat ik net geschreven heb.

Is dit niet een tikkeltje overdreven pessimistisch? Stom ook, eigenlijk, om mezelf te gaan vergelijken met beelden, ideeën die compleet onrealistisch zijn. Ik ben nu eenmaal fysiek niet meer in staat om voltijds te werken (leve de fibro en de reuma), ik moet mijn energie verdelen over een hele dag (tien prachtige lepels kracht per dag, en dan nog goed afwegen: The Spoon Theory), ik heb een huishouden met een zoon van 5 en een hard werkende echtgenoot, 6 eigenzinnige katten, en een heerlijke tuin die zich in deze tijd van het jaar van zijn beste kant laat zien, ik ben een schrijfster met intussen 7 boeken op de plank (Thirza Meta), ik redigeerde heel wat romans voor verschillende uitgeverijen, En daarnaast doe ik nog tal van andere dingen waarvan ik een paar jaar geleden niet eens durfde te dromen.
Dus zo slecht is het niet. Zo slecht héb ik het helemaal niet. Tel je zegeningen, zei een dierbare vriend me ooit. Bedenk dat wat je hebt vaak het kostbaarste is wat je ooit zult hebben, kan ik daar nu aan toevoegen, met de nevengedachte: en loop jezelf niet voorbij, wees geduldig, wees 'mindful'.

Maar wat doe je met die wensverlangens: ik wil dit en dat en zus en zo... Ik moet toegeven dat ik een stukje rustiger ben geworden sinds ik moeder ben geworden, meer uit noodzaak dan uit vrije wil - ik kón gewoon niet anders dan me neerleggen bij wat ik mijn 'beperkingen' noemde. Edoch: die beperkingen hebben mij gemaakt tot wie ik nu ben. En al heb ik niet altijd evenveel energie voor die dingen die ik zo graag wil - zoals met de auto naar zee gaan, of een onderonsje houden met vrienden, of cocktails gaan drinken met de vriendinnen met wie ik dat jaren terug deed - ik moet het doen met de lepels die ik heb, Soms is dat makkelijk te aanvaarden, en andere keren weer niet - en dat ik daar soms gefrustreerd door raak, dat mag. Het leven is niet altijd rozengeur. Of maneschijn. Of regenbogen en eenhoorns. Iedereen doet uiteindelijk wat hij kan, en de kunst is het evenwicht te vinden en te behouden, tussen wat je rust geeft en wat je een stresskip maakt.

Mindful zijn helpt.
Vreemd dat dat dan toch zo vaak een opgave blijkt. Een bewustwordingsproces waar je bijna met je neus bovenop gedrukt moet worden. Want de aanleiding voor deze blog was eigenlijk een interview met Jens Mortier, in de Zeno van De Morgen van dit weekend, en zijn 10 waarheden. Op nummer 8 namelijk prijkt een quote van Homer Simpson:


En zo is het toch ook?

Daarom zoek ik die neus-druk momenten steeds meer op, door een dagboekje bij te houden, en het fantastische cadeau van een van mijn dierbaarste vriendinnen op te volgen (elke dag een gedachte opschrijven), en Flow lezen.
Natuurlijk moet je ook niet te veel gaan nadenken, dan raken je hersenen in overdrive en komt er geen rust. Alleen spaghetti in je hoofd... :-)

woensdag 22 april 2015

Helende Slaap - eventueel met een dut overdag (en dan hopen dat je niet wakker wordt als een zombie)

Vandaag is de nieuwe Flow uit - voor mij een reden om naar de winkel te hollen. Even vluchtig doorbladeren eindigde in gefascineerd beginnen lezen: het artikel "Laten we de nacht heroveren", over het belang van slaap en hoe dat belang onderschat wordt door zowat iedereen, bleek gewoon te belangrijk.

Het nut en belang van slaaproutines worden aan kersverse ouders tot in den treure uitgelegd: baby's moeten een vaste routine hebben, een ritueel, zodat zij aan hun broodnodige rust (i.e. verwerking van stimuli en prikkels die zij in hun wakkere tijd opdoen en ervaren) komen. Maar dat geldt evenzeer voor peuters, kleuters en al helemaal voor studenten en volwassenen.
Of zoals Richard Wiseman het in Flow stelt: "Rond de acht uur per nacht is ideaal. Daarvan word je gelukkiger, slanker, productiever, gezonder, slimmer en creatiever." Want 's nachts verwerken je hersens alle prikkels en gedachten en ervaringen die je overdag hebt opgedaan. Net zoals het gebeurde toen je nog een baby was en de wereld dat grote onbekende ding, waarin je als kleine uk je plek moest zien te vinden.

Maar slaap wordt zwaar onderschat. Veel mensen denken ten onrechte dat ze genoeg hebben aan 5-6 uur, en er heerst veel onduidelijkheid over bijvoorbeeld het belang van (power)naps (de een vindt het verkwikkend, dus doe maar; de ander zegt: je bent te moe erna omdat je niet in de diepe slaap bent gekomen, dus het is zinloos). Ook voor kinderen zijn de meningen verdeeld. Ik las laatst nog dat het niet uitmaakt hoe laat het kind naar bed gaat, als het maar elke avond diezelfde tijd is. Ik ben er nog niet zo zeker van of dat echt heilzaam is voor het kind in kwestie, 

Maar datzelfde gevoel heb ik in het algemeen over winter- en zomertijd. Die overgangen kosten mij persoonlijk altijd lang om aan te passen, en sinds de omschakeling is onze draak ook continu moe. Zouden ze daar ook niet eens gewoon een streep door kunnen trekken? Hou de echte tijd, de wintertijd aan, en laat die zomertijd maar voor wat hij is. Ik vermoed dat er heel wat mensen blij zouden zijn.

Wat ik nog interessant vond aan Wisemans pleidooi voor overheidsinmenging m.b.t. slaaphygiëne en -gedrag: school begint te vroeg, waardoor kinderen al erg vroeg hun nest uit moeten, dus zijn ze op voorhand al moe - wat dan weer gevolgen heeft voor concentratie, geheugen, aandacht, en ook verdraagzaamheid. Denk er maar eens over: als je moe bent, dan heb je de neiging om heel kort te zijn, te snauwen, heel snel van een mug een olifant te maken. Je lont is eenvoudigweg veel korter. Dat is voor kinderen niet anders. Waarom dan niet overwegen om school een uurtje later te laten starten, vraagt Wiseman zich af, want dan zouden kids net dat halfuurtje, uurtje langer kunnen slapen (want "Om zeven uur wakker worden voelt voor hen hetzelfde als wanneer wij om vijf uur 's ochtends moeten opstaan"). Bedrijven moeten dan ook wel mee op de kar springen, want school een uurtje later betekent ook aanpassing voor de werkende ouders, die dan 'te laat' op hun werk zouden zijn. 

Er zit wel iets in maar het hangt natuurlijk ook met veel andere dingen samen, zoals levensstijl, avondritueel (pc- en tv-schermen vlak voor het slapengaan zijn in principe uit den boze), sport kort voor bedtijd (zwemles!). standaard laat naar bed (foei, papa!), en een chronisch ziek lijf (helaas, mama). En bizar genoeg: ben ik moe en ga ik dus vroeg slapen, zeg 21u, dan kan ik er zeker van zijn dat mijn nacht een ramp wordt, met veel wakker worden en slecht slapen; terwijl als ik een uur, anderhalf uur later ga slapen, ik aardig goed doorslaap (los van die momenten van pijn). Overdag slaat de vermoeidheid dan wel weer toe, dikwijls na de middag - maar, omdat dutjes overdag zeer aangeraden worden, kan ik natuurlijk daar mijn schade weer inhalen. 


Dutjes overdag, het leek me lang iets voor oudere mensen - als kind zag ik mijn vader elke dag na het middagmaal een dut van een halfuur doen. Tegenwoordig wordt mij hetzelfde aangeraden door mijn kinesist: ik moet eraan toegeven zodra ik het voel, niet ertegen vechten. Ook Wiseman is een groot fan van dutjes. Die maken je productiever, alerter, energieker - zelfs als het maar een powernap van 2-3 minuten is. Kijk, en daar heb ik dus bedenkingen bij. Ik word vaak nog vermoeider wakker na zo'n dut dan dat ik ervoor was. Volgens sommigen zou dat dus liggen aan het niet bereiken van de diepe slaap, maar ik heb dan juist het idee dat ik héél diep geslapen heb, want ik word maar niet echt wakker. Loop ik als een zombie door het huis, met een lijf dat tien ton weegt en een hoofd dat van de ene kant naar de andere zwiekt. Productiever en energieker ben ik dan toch niet echt... Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat het nooit werkt, zo'n dut. Voor anderen kan het juist heel heilzaam zijn. Alleen voor mij heeft het gewoon vaak een averechts effect. 

Slaap is gewoon een mysterie.
Een levensnoodzakelijk mysterie.
En heerlijk, als het lukt. 


zaterdag 4 april 2015

Anders kijken

Mijn nachtkastje ligt vol boeken, erop en erin, maar er liggen standaard ook een aantal Flow-magazines. Laat ik daar af en toe eens in terugbladeren, en bladwijzers ontdekken die ik er ooit in stopte, bij interessante artikels waarvoor ik op dat moment geen tijd (of zin) had. Vandaag stuitte ik op een bladwijzer in de eerste Flow van dit jaar: "Bekijk het eens anders", en hoe je op een vrij eenvoudige manier jezelf kunt leren veel minder negatief (en veroordelend) naar de wereld om je heen te kijken.

Want er zit wel wat in: als het regent, denk ik ook vaak "damn", en als de katten rond mijn benen draaien terwijl ik snel naar de keuken wil omdat de kookwekker gegaan is, roep ik ook wel eens iets wat niet zo mooi is. Terwijl het veel fijner en rustiger zou zijn om de zaak even anders te bekijken: regen kan ook erg mooi zijn om naar te kijken, en toegegeven, ook koud om doorheen te fietsen, maar het kan ook tien keer slechter (het had sneeuw kunnen zijn) en bij thuiskomst kan je een lekker hete douche nemen (heerlijk lang, misschien met Lush, hihi). En wat die katten betreft: het heeft ook wel een zekere charme dat ze achtjes rond je benen draaien, juist omdat het zo typisch kat is om dat te doen op een moment dat het niet uitkomt. Dat de broccoli dan wat langer geborreld heeft, tja... dan prak je er een pureetje van. Toch?

Klinkt allemaal heel eenvoudig, maar het omkeren van je denkwijze is nog niet zo vanzelfsprekend. Ik ben wat soepeler geworden sinds ik moeder werd, meer bepaald dat ik toch wat sneller loslaat wat minder belangrijk is (zeg maar, een verf-smos-partij van Rune) en meer aandacht geef aan wat echt telt (Rune die uitglijdt over de verf en zich bezeert). 
En toch betrap ik mezelf er ondanks alles op dat in momenten van stress het omkeer-denken veel minder vanzelf gaat. Ik zal er toch bewuster mee moeten omgaan en zien wat het uiteindelijke resultaat is - wat meer mindful in het moment van denken proberen staan.

Oefening van de dag: blij en fruitig blijven terwijl Rune om me heen draait en ik zo graag wil schrijven. Omkeerdenken: wat fijn is het toch dat hij bij mij wil zijn (ook al is het om te proberen tokkelen op het toetsenbord en mij van mijn stoel te werken omdat-ie zelf zo graag rondjes draait op dat ding...) *grijns*