maandag 4 mei 2020

De magie van boeken

Ik kan me al niet meer herinneren hoe dikwijls ik naar The Song of Achilles heb geluisterd, geschreven door Madeline Miller, verteld door Frazer Douglas. Zelden las ik een boek dat me zo raakte en zo hard bij me blijft. En daarom, net zoals er van die boeken zijn die ik telkens opnieuw kan lezen, is dit tot dusver het enige waar ik telkens weer naar kan luisteren. Ik kreeg het via Audible, van een vriendin, die ik alleen al hiervoor eeuwig dankbaar ben.

Ik lees momentel Warrior Cats, boek twee van serie twee, voor aan mijn zoon. Het is een verhaal dat zich met elke kat, elk hoofdstuk dieper in mijn wezen verweeft. Ik moet alleen hard mijn best doen over de vele, vele, en vaak afschuwelijke spellings-, tik- en vertaalfouten heen te lezen. Als schrijver en editor kan ik me daar ontzettend over opwinden. Maar de verschijningen van Spikkelblad als spirituele gids, maken me dan weer zo emotioneel dat mijn kind het hoort in mijn stem. Het heeft wellicht te maken met hoe ik onze eigen katten ervaar, en met mijn eigen spirituele aanleg/interesse en verlangen naar sterren en maan - ik geloof sterk in energieën, in zielsherkenning, en ik maak weleens maanwater en doe zuiveringsrituelen met salie en zoutschalen.

Het doet me ongelooflijk deugd dat mijn zoon ook zo van lezen houdt. Wanneer zijn hoofd genoeg heeft van Minecraft, durft hij al snel naar een van zijn boeken te grijpen. Momenteel leest hij Het Zonnepad van de Warrior Cats, over het allereerste begin van de Clans. Tegelijk leest hij Pluisje is Verdwaald, van Holly Webb. Het is een boek dat hij eerst bij de bibliotheek leende, in het tweede leerjaar, en daarna van zijn eigen centjes kocht. Hij heeft er een gewoonte van gemaakt om twee of drie boeken tegelijk te lezen. Op een of andere manier geeft hem dat meer structuur.

Onze liefde voor verhalen vertaalt zich ook in onze dagelijkse bezigheden. Een gebeurtenis of een woord in de krant kan al genoeg zijn om onze verbeelding te wekken, waarbij we ons bijna verliezen in onze eigen verzinsels, die overigens vaak doorspekt zijn met sarcasme of simpele opgetogenheid. Mijn kind strooit dan de moeilijkste woorden, met meerdere betekenissen maar steeds gebruikt in de juiste context en situatie, in het rond; echter, bij zijn schoolwerk beperkt hij zich tot bijna basiswoorden, alsof hij zich schaamt voor het feit dat hij weet wat hij weet.

Ik hoop toch dat hij op een dag trots is dat hij over een grote, rijke woordenschat beschikt, in plaats van beschaamd.

zaterdag 25 april 2020

Wat doe ik met mijn bloembakken na corona?

De gedachte overvalt me steeds vaker. Hoe het zal zijn als we straks weer opgeslokt worden door de politiek-economische jachtigheid van weleer. De uitroepen van verwondering dan wel frustratie ten spijt, over het meer en beter kunnen horen van vogelgezang in de straten, over de (iets getemperde) verkeersdrukte - al dient daarbij genuanceerd dat een doorgaande weg waar bovendien nu meer racend landbouwverkeer passeert nooit echt stilvalt - en over die vreselijke buren die er bewust voor lijken te kiezen om in hun tuin te gaan ruziën (binnen is er natuurlijk geen publiek). 


Waar ik woon, draagt men de anderhalvemeterregel sowieso al niet hoog in het vaandel , en afgaand op de ervaringen van de zaakvoerster van een lokale espressobar lijkt de gemeente, die nochtans blauw en geel kleurt, zich ook niet erg veel zorgen te maken over het lot van de middenstand. Corona heeft hier, in mijn ogen, vooral het grauwe en weinig sociale benadrukt. Zo gaan de meeste mensen met opzet nog breder lopen of fietsen als ze mij, of mij met mijn zoon, zien aankomen; dan lopen wij netjes achter elkaar en kunnen ook niet verder aan de kant omdat we anders een gevel schampen dan wel in de goot belanden, en nog presteren die tegenliggers het om nog meer ruimte in te nemen zodat de anderhalve meter niet gewaarborgd is en mijn zoon naderhand ontzet vertelt hoe hij zijn adem heeft ingehouden. Knap werk, hoor, Noorderkempenaars. Al de mooie teksten op sociale media en de gemeentepagina ten spijt: knap werk.


Toegegeven, nu de nachtwinkel om 22u reeds de deur moet sluiten en cafés en restaurants gesloten zijn, is er veel - ontzettend veel - minder overlast op straat. Geen strontzatte jeugd meer die, geweigerd bij de cafés wegens minderjarig, bij de nachtwinkel massaal alcohol inslaan en dat al lopend en lallend binnen kappen, waarna de lege - soms halflege, soms dubieus gevulde - flessen ergens op een vensterbank of een dorpel worden gezet. Het stemt me blij dat ik al weken geen dronken gebral heb gehoord om 2u 's nachts, en ook geen "Sieg Heil", eindeloos gescandeerd vanaf het centrum, door mijn straat, naar ergens in de uithoeken. Ik heb mijn bloembakken terug op de vensterbank durven zetten vooraan; vorige zomer werden die nog gezien als ideale doelen om te vandaliseren (en er kwam géén reactie op mijn melding bij gemeente of politie).

corona heeft hier, in mijn ogen, vooral het grauwe en weinig sociale benadrukt

Er is ook beduidend minder vervuiling. Die bestaat wel nog steeds uit sigarettenpeuken, plastic verpakkingsmateriaal, en veel vuil zand, maar de goten liggen er wel verrassend ... bij gebrek aan een beter woord: proper, bij. Ook daarover heb ik meermaals gemaild met de gemeente. Ook daar kwam nauwelijks reactie. Ik probeer een brave burger te zijn; ik wil van deze grauwe en vieze doorgaande weg graag iets kleurrijks en ontwapenends maken, maar als de gemeente er niet achter staat en de buren vooral op zichzelf zijn en weinig ruimte laten voor toenadering, dan bereik je als individu weinig. Nu corona zo veel heeft platgelegd, komt ook zeer duidelijk naar voren hoe slecht wij mensen voor onze eigen buurten zorgen. Ik lees in de krant zo vaak hoeveel nauwer het contact met buren is geworden, hoeveel solidariteit er heerst - maar niet hier. Ik denk wel eens, bestaat ze wel echt of zijn het alleen maar utopische verhalen over goede burgerzin en saamhorigheid? Nochtans weet ik dat het kan: ik kom oorspronkelijk uit Gent, ben daar geboren en getogen tot het leven anders besliste. Ik heb ontzettend veel geleerd sinds die verhuizing, die ... ik zou bijna durven schrijven: minimalisering. En wat ook de huidige voordelen zijn aan het huidige woonadres, toch blijf ik Gent missen, als solidaire en sympathieke stad, waar ik voelde dat ik deel uitmaakte van een groter geheel. Waar ik verbonden was.
Afijn ...

nu de nachtwinkel om 22u reeds de deur moet sluiten en cafés en restaurants gesloten zijn, is er veel - ontzettend veel - minder overlast op straat

Dezelfde gemeentelijke je-m'en-fou-houding geldt voor het gigantische parkeerprobleem, iets wat al jaren bekend is maar waaraan niks wordt gedaan. De parkeervakken zijn letterlijk vrij parkeren, dus iedereen doet maar wat, schots of scheef, het maakt niet uit. Tel daarbij de talloze bestelbussen van klusdiensten, bouwvakkers en dergelijke, en de parkeerruimte is snel ingevuld. Met een huisarts, zonnecenter en fitnesscentrum in mijn directe buurt moet je nochtans geen groot denker zijn om te beseffen dat daar voldoende parkeergelegenheid nodig is. Anderzijds is het evenmin exacte wetenschap om te beseffen dat mensen al te gemakkelijk naar de wagen grijpen, zelfs voor een korte rit.

We mogen nu wel meer te voet of met de fiets doen - en dat verschil is wél duidelijk, zeer op de doorgaande weg - maar ik heb een stinkend vermoeden dat oude gewoontes weer heel snel op de voorgrond treden zodra we weer de normaliteit - lees: het pre-coronatijdperk - induiken. Dat de goten weer snel vol liggen met drie keer meer peuken, gedeukte bierblikken, kapotgeslagen glazen flessen. Dat mijn bloembak weer drie huizen verder uitgekiept op de stoep ligt. Dat het weer zoeken is naar parkeerruimte of dat ik weer naar de politie moet bellen omdat een onoplettende zijn/haar wagen voor de garagepoort heeft gezet. Dat het weer wakker schrikken is in het midden van de nacht, omdat een groep ladderzatte idioten het nodig vindt vlaamse schlagers aan te heffen, dan wel racistische leuzen te scanderen.


Ik hoop van niet, natuurlijk. Ik wil graag mijn bloembakken nog even laten staan.


vrijdag 24 april 2020

Chronisch ziek in tijden van corona

Het moet me van het hart: het rust daar al te lang en het doet pijn. Ik behoor tot een minderheid binnen de zogeheten kwetsbare groepen - waarmee doorgaans ouderen, zwangere vrouwen, mindervaliden en mensen met een verstandelijke beperking worden bedoeld. Als chronisch zieke met colitis ulcerosa en fibromyalgie, met alle bijwerkingen van medicatie en beperkingen van gerelateerde symptomen erbovenop, voel ik mij buitengesloten wanneer het gaat om bescherming tegen corona. 


Vergeten
"Op een bankje zitten om te rusten tijdens een bewegingsactiviteit", is voorbehouden voor ouderen, zwangere vrouwen en mensen met een beperking.
"Met de wagen naar een park of natuurgebied", is toegestaan voor ouderen, zwangere vrouwen, gezinnen met minstens één kind jonger dan of van 5, en begeleiders van mensen met een beperking. 
"Blijf bewegen, blijf tijdens uw activiteit in beweging, en zo dicht mogelijk bij huis", is voor wie goed ter been is een evidentie.

Ik hoefde niet getest te worden. Mijn gastro-enteroloog oordeelde vlak voor de lockdown dat ik misschien iets meer risico op besmetting loop, vanwege de colitis ulcerosa en de behandeling ervan met het weerstand-ondermijnende Infliximab (Remicade), maar me echt geen zorgen hoefde te maken. Diezelfde dag sprak ik de enige beschikbare huisarts binnen de praktijk, naar aanleiding van mijn zoon die griep bleek te hebben, aan over mijn bezorgdheid. Ook zij vond het niet nodig dat ik er mijn hoofd over brak. Toen werd er nog niet zo over covid-19 gedacht als nu. Toen was er toch nog een beetje die idee van een gewoon griepje.

Over twee weken moet ik opnieuw naar het ziekenhuis, voor een consult bij mijn gastro-enteroloog en aansluitend mijn infuus met Remicade, een zwaar medicijn dat o.a. het afweersysteem behoorlijk aantast. Ik zal nogmaals polsen naar een eventuele testing, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat binnen het hele corona-verhaal geen andere aandacht naar chronisch zieken ging dan het aanvankelijke "geen nood, het zijn alleen de ouderen en immuno-onderdrukten en chronisch zieken die ziek worden". Alsof wij geen nut hebben. De angst leeft ook op een ander vlak: als ik dan toch corona krijg, wordt er voor mij dan plaats gemaakt op intensieve? Iemand die al 14 jaar thuis zit, nadat fibromyalgie haar carrière als kinderpsycholoog overhoop gooide? "Laten we Dirk Frimout en Frank De Winne eventjes vragen naar een vergelijking van zijn sociale isolatie in de ruimte met de huidige quarantaine", maakte mij alleszins duidelijk dat de groep chronisch zieken, die noodgedwongen thuis zitten wegens afgedankt door de economisch-prestatiegerichte maatschappij en dus echt wel ervaringsdeskundigen zijn op het gebied, simpelweg vergeten wordt.


Onzichtbare ziekte
Intussen heb ik mijn boodschappen gedelegeerd naar mijn ex, terwijl een vriendin naar de bakker gaat voor me. Niet alleen vanwege mijn vrees en bezorgdheid rond een mogelijke besmetting, maar ook omdat ik fysiek zoveel minder kan dan voor de lockdown. Het uitblijven van kinesitherapie geeft de fibromyalgie vrij spel en elke nieuwe dag is zwaarder om te dragen. Binnen de Spoon Theory begin ik nu al met een tekort aan lepels en heb ik halfweg de dag de voorraad van de volgende dag ook al opgesoupeerd. 

De scherpe toename in pijn, ondanks dagelijkse yoga en gedoseerde bewegingsactiviteit binnen de fragiele balans van huishouden, moederschap, zelfzorg en kattenverzorging, brengt zijn enthousiaste discipelen mee: painsomnia, migraine, brain fog, oogpijn en andere oogklachten, reumatische klachten, spanning, overdreven uitputting (exhaustion). Elk van deze bijkomende verschijnselen verergert dagelijks, samen met de pijn. En dat maakt dat "rusten op een bankje" verleidelijk is - alleen, aan mijn buitenkant zie je niet hoe ziek ik ben. Hoe kan ik mijn 'even op adem komen' verantwoorden als een overijverige agent mij een PV aanreikt? En mag ik met mijn elektrische fiets (ook al een behoorlijke inspanning, ondanks wat u moge denken) naar het bos vlakbij rijden om daar even te wandelen voor zover mijn lijf dat toestaat? 


Depressie en eenzaamheid
Het lijdt geen twijfel dat isolatie, zowel op sociaal, familiaal als economisch vlak, tot een toename in angstige en depressieve gedachten leidt, voorafgegaan door intense gevoelens van hopeloosheid, eenzaamheid en waardeloosheid. De angst om vergeten te worden, gederangeerd te zijn voor maatschappij en sociale groepen. Maar laten we niet vergeten dat de huidige toestand voor het gros van de bevolking tijdelijk is. Tijdelijk. Het gros is gezond en zeer goed in staat opnieuw aan de slag te gaan, al dan niet in een andere job - de Belgische staat voorziet in steun en netwerken om ervoor te zorgen dat de economie "zo rap als kan" heropgestart kan worden.

Voor mensen als ik, die zich van de ene op de andere dag geconfronteerd zagen met een heel nieuwe levenssituatie - lees: van interessante en veelbelovende werknemer naar nutteloos zieke persoon - was er geen steun en geen begrip. Wel waren er vooroordelen en wantrouwen. Ik moest mijn ziek-zijn bewijzen want aan de buitenkant zie je niks en ik was toen te jong om permanent van de jobmarkt te verdwijnen om te teren op de ziekenkas. Dit laatste is mij net niet letterlijk naar de kop geslingerd door een medische adviseur van het ziekenfonds. Later, op een commissie van het Riziv kreeg ik op mijn kinderwens terug: "U wilt wel moeder worden maar niet werken?" Begrip ten top, met andere woorden, want het ene heeft uiteraard niks te maken met het andere. Ik heb haar geantwoord dat ik "natuurlijk wil werken; ik heb drie jaar gezocht naar deze job, maar ik wil ook moeder worden inderdaad". Haar werd toen op dringende toon iets in het oor gefluisterd door haar beide, overigens mannelijke, collega's, en toen temperde zij enigszins haar verbolgenheid. Ik werd zonder invaliditeitspercentage op non-actief gezet voor onbepaalde tijd.

Meer dan een decennium later zit ik daar nog. Nu nog meer geïsoleerd dan voorheen, natuurlijk. En als ik de krant erop nalees, zal dat nog veel langer zijn gezien ik tot een risicogroep behoor. Mijn geringe sociale contacten bestonden immers uit het tiendaagse ritje naar de supermarkt, de bakker, de apotheek, af en toe het postkantoor, de tweewekelijkse uitstapjes naar therapeut en kinesist, en de dagelijkse hoofdknikjes en/of goedendag-glimlachjes naar die paar ouders aan de schoolpoort (voor zover die opkijken). Sinds de winter had ik ook de gewoonte om voor mijn emotioneel welbevinden naar het bos te gaan, daar proberen mijn hoofd leeg te maken, voordat een dreigend tekort aan lepels me dwong terug te keren.
Als ik dan zie hoe sommigen in mijn straat en mijn stad de regels flagrant en met veel provocerende geste aan hun laars lappen - zoals nog breder gaan fietsen of wandelen zodra ze je zien aankomen, of heel rakelings langs je heen fietsen, of met een groepje van drie gezellig bijeen naar de nachtwinkel halverwege de straat kuieren - dan betekent dat voor eender welke risicogroep een potentieel onveilige situatie.

Dankuwel, voor de solidariteit.



woensdag 9 maart 2016

Mijn BeschermKat en een "linker-colootje voor vrijdag"

Ze zeggen weleens dat een kat geen empathie kan laten zien, zoals bijvoorbeeld een hond. Nu is het zo dat van onze 6 katten er zeker 4 zijn met een zesde zintuig. Eentje komt me kalmeren als ik te boos dreig te worden, eentje gaat plat op me liggen zodat ik wel moet rusten, eentje nestelt zich tegen me aan als ik droevig ben, en de vierde komt me troosten als ik helemaal kapot ga van de pijn.

Sinds de colitis weer opspeelt gaat er geen dag voorbij zonder moe zijn en pijn. Ik heb mijn zwemmen moeten opgeven, het zwemmen dat me hielp de fibromyalgiepijn en de reuma onder controle te houden - het ging echt veel beter met die wekelijkse 10 baantjes gevolgd door een kwartiertje in de infraroodsauna. 

Blijkbaar vond de colitis dat ie al lang genoeg verwaarloosd was. Al die remicade die mijn lijf sinds mei 2010 moet verwerken ten spijt, kreeg ik een terugval. De professor sprak haar hoop op een tijdelijk overprikkelde darm uit, want "geen bloed en geen diarree, dat is goed". Ja, maar wel al de rest ... Hoe dan ook, ik kreeg spasmomen en een vezelsupplement (waar ik na twee dagen mee gestopt wegens, jawel, diarree en hevige krampen (die mijn logeerweekend met een BFF verpestten)). 

Nu heb ik dus elke dag wel mijn portie verkramping te verduren, en dan komt zij: de rosse Noorse Boskat, die aanvankelijk 'slechts' een opvangkatje was. Ze miauwt zich naar me toe, tegen mijn benen schurkend, kopjesgevend, spinnend, haar staart in mijn neus. Zo zorgt ze voor de afleiding die ik nodig heb - al lukt het me niet altijd om de pijn echt weg te denken.

Ik wou dat ik ze vrijdag mee kon nemen naar het ziekenhuis, waar me een "linker-colootje" wacht. Veel vroeger dan gepland, maar ja, met een terugval die al ruim een maand duurt, heb je er niet in te kiezen. Gelukkig dat ik intussen weet dat ik een verdoving kan krijgen, al moest ik er wel naar vragen want uit zichzelf stellen ze dat niet voor (ik wist tot een paar jaar terug niet eens dat je dat kon vragen, kan je nagaan: ik ben kickass!). 

Sinds ik echter weet dat dat onderzoek me wacht, ben ik me zorgen beginnen maken. Niet in het minst omdat ik helemaal geen terugval had mogen krijgen, per slot van rekening stond ik al heel erg lang op het zeer doeltreffende remicade, nooit klachten, geen gewichtsverlies, alles dik in de sjacoche. 
Niet meer dus. 
Nu ben ik bang voor wat ze vinden. Wat de gevolgen zijn. Want als de remicade inderdaad niet meer werkt, wat dan? 
Mij is namelijk steeds verteld dat dat medicijn mijn laatste redding was. Dr Google leert me dat er nog flexibele dosissen mogelijk zijn: 10mg remicade per kilo lichaamsgewicht ipv de huidige 5. Of combinatie met andere medicatie - misschien terug Imuran, omdat Ledertrexate (speciaal voor mijn reumahanden) niet sterk genoeg is? Ik zit alleszins niet te wachten op een operatie, omdat ik te langzaam herstel en altijd al sneller infecties kreeg. 

Mijn grootste schrik is evenwel darmkanker. Overal lees ik dat IBD'ers een "licht verhoogde kans" op darm-K hebben, en dat na 10 jaar dat risico zich echt laat gelden (ik heb CU sinds 1997).

Laten we hopen dat mijn BeschermKat vrijdag ook op afstand over me kan waken.



vrijdag 19 februari 2016

Websiteperikelen

Ik ontdekte gisteren dat de laatste update van mijn website was blijven hangen ergens in de zomer van vorig jaar. Wat een schande! Ik wilde gelijk aan de slag met een nieuwe korte update, maar was eigenlijk vooral gericht op het - eindelijk - uploaden van fotomateriaal. Alleen ... toen kwam ik erachter hoe archaïsch mijn site eigenlijk is.

Manlief had me een hele poos geleden al eens toegezegd om mijn site onder handen te nemen. Ikzelf ben niet bepaald een whizzkid, dus ik moet het hebben van eenvoudige commando's en liefst iemand die er wel wanten van weet. Zoals manlief, dus. Alleen ... je weet hoe dat gaat. Het leven loopt niet altijd zoals je het verwacht en het plan voor de nieuwe site raakte bedolven onder de rompslomp van de aankoop van ons huis, de perikelen van de kleine grote man, een paar nieuwe kattige huisgenoten ... Afijn.

Ik was er gisteren vol goede moed aan begonnen, die fotopagina's. En toen werd ik er zo hotemetoot gek van dat ik de stress tot in mijn tenen voelde, en tegen alles en iedereen ging snakken, Niet goed dus. Ik werk al best lang met Dreamweaver, maar de nieuwste versie verschilt zoveel van de ene die ik had (en mijn kennis van html is sinds mijn werk bij De Poort in Gent nogal in decline geraakt), dat ik dus nergens meer was. Zoeken naar sluitende codes en forward slashes en dat soort dingen. Gaga werd ik ervan.

Nu is dus manlief alsnog begonnen aan het ontwerp van een nieuwe site. Ik ben zeer blij, maar hou toch maar een slag om de arm. Voorlopig doe ik het nog maar met de oude, al betekent dat nogal warrige fotopagina's en een - volgens een van manliefs collega's - nogal gedateerde layout. Beter dan niks zou ik denken. Ik heb er alleszins een link naar mijn blogsite op gezet. Dan is dát tenminste wel up-to-date. *grijns*

dinsdag 16 februari 2016

Doorgaan

Het valt niet mee, een chronische ziekte. Het valt al helemaal niet mee als die ene chronische ziekte de vermoedelijke oorzaak is van twee andere die je leven nog meer op zijn kop zetten. Dat de oorspronkelijke ziekte in remissie gaat, maakt bepaalde dingen dan weer anders. Makkelijker. Je hoeft je namelijk niet meer te richten op álle ziekteaspecten, maar vooral op die die je leven nog steeds heerlijk overhoop halen.
Tot die oorspronkelijke ziekte zich ineens weer roert, en je het idee hebt dat alles om je heen als een kaartenhuis in elkaar valt.

Bij mij begon het met colitis ulcerosa, nu alweer bijna 20 jaar geleden. Zonder waarschuwing, zonder erfelijke voorgeschiedenis. Ineens was die darm ziek en hij bleef ziek, met alle gevolgen van dien. Het duurde behoorlijk lang voor ik goed reageerde op een behandeling, want alles wat klassiek zou moeten helpen, gaf mij allergische reacties of hielp eenvoudigweg niet. 
Sinds een jaar of 12 is daar fibromyalgie bijgekomen, enkele jaren geleden ook reuma. De CU kwam onder controle, het zag er allemaal goed uit - tot de geboorte van zoonlief.

Gewone cortisone hielp niet meer om de opstoot te stoppen, er moest Remicade toegediend worden, intraveneus. Remicade is een behoorlijk pittig medicijn; ik moest getest worden op tbc en longfoto's laten maken. De werkzame stof is Infliximab: "Infliximab is een zogenaamde biological. Dit betekent dat het door levende cellen in celkweken wordt gemaakt. Het remt in het lichaam het eiwit tumor necrose factor TNF-alfa, dat ontstaat bij ontstekingen zoals bij colitis ulcerosa. Hierdoor vermindert de ontsteking en wordt de ziekte afgeremd." (Bron: www.apotheek.nl) 

En dat werkte. 
De CU ging terug slapen, de FM vierde hoogtij en de reuma kwam erbij, voor de gezelligheid. Het was aanpoten, maar er was vooruitgang. Specialisten waren tevreden, ikzelf moest leren accepteren en loslaten, omgaan met de beperkingen, prioriteiten stellen en steeds afwegen wat de pijn waard was en wat niet; nog los van het feit dat een fulltime job er niet meer inzat en ik veel meer (en langer) last heb van vernietigende migraines. Dingen waar niet aan te tornen valt, want het is nu eenmaal wat het is. Een feit. 

Er is ook veel om blij om te zijn, om me aan op te trekken: ik ben nu mama, ik kan schrijven en goed werk verrichten voor andere schrijvers, er is voldoende begrip vanuit medische instanties, en - misschien wel belangrijkst - ook van mijn partner en vrienden. Zelfs al loopt niet altijd alles zoals gepland - want pijn zorgt voor vermoeidheid en dus minder energie en dus minder sociale contacten etc, etc - dan nog kan ik zeggen, terugkijkend, dat het allemaal best te doen is geweest. 

Tot drie weken terug. Want toen kwam de CU weer opzetten. Dezelfde misselijkmakende krampen, dezelfde angstwekkende spurten naar het kleinste kamertje, dezelfde angst: wat als. Ik weet hoe erg het is geweest. Ik weet ook dat ik dáár niet naar terug wil.

Ik ben nu uiteraard nog vermoeider dan ik al was. Ik moet ruimte in mijn hoofd vinden om die opstoot van de CU, die door de specialiste als 'tijdelijk' wordt bestempeld, en als 'niets om me zorgen over te maken' ook als dusdanig te zien. Extra medicatie boven op de toch al pittige Remicade moet zorgen dat mijn hyperactieve CU weer gaat slapen. Het supplement dat werd aangeraden, laten we maar voor wat het is. Daarvan hebben we de gevolgen na twee dagen al aan den lijve mogen ondervinden, en die zijn niet voor herhaling vatbaar. *grijns*

Voorlopig is het dus weer rustig aan doen en hopen dat ook dit weer voorbijgaat. Wat het me echter doet realiseren is: een chronische ziekte kan rustig zijn, in remissie, maar zich toch weer op een onbewaakt moment roeren. En daar ben je dus nooit op voorbereid. Het is dus weer een zaak van accepteren, een go-with-the-flow, en loslaten. 

Laten we dat dan dus maar doen. Er het beste van hopen. 
Intussen wachten er verhalen om te worden geschreven, en manuscripten om te worden geredigeerd. 

zondag 31 januari 2016

Brood bakken

Het heeft wel iets, zelf brood bakken. Lekker met je vingers in de prut dat onder dat stevige kneden een stevige massa wordt, het rijzen - whoa mama, kijk! Het is al gegroeid! - en dan die geur van bakkend brood die heel je huis vult.

Ik heb me voorgenomen om wat vaker zelf te bakken. Ik bakte al vaak cakes en koekjes, waagde me weleens aan een heuse taart - de Mississippi Vlaai is memorabel - en draaide menig chocomousse ineen. Maar brood is toch iets anders. Bijzonder. Misschien door het deeg dat zo anders is dan van cake en koekjes. Stretchy. Flexibel. Voor het chocoladebrood vandaag draaide ik een vlecht van een stuk deeg. Ik heb dat Paul Hollywood op de Beeb zo vaak zien doen; nu kon ik - eindelijk - ook.

Kleine man hielp met het invetten van de vormen en de schaal. Lekker boteren met de kwast. Daarna mocht hij de folie goed vastzetten en de brooddegen wegzetten om te rijzen. Lekker stoer!

Het chocobrood staat nu samen met het Winter Kasteel Brood af te koelen met de rest van de brioches (we aten er drie en zaten bomvol - warm brood he ...)
Ik hoop dat het snel afgekoeld is. Dat chocobrood vooral. Moet megalekker zijn. Ik ruik er af en toe aan. Prik mijn vinger erin. Hmm. Chocolaaaaa. Njam ... njamnjamnjam!